Vrijwel direct na de verwoesting van het kasteel door de Fransen in 1673, wordt onder de energieke leiding van Margaretha Turnor een nieuw 'Huys' op de oude fundamenten herbouwd. De tuin wordt in rechte vakken verdeeld met elk een eigen invulling: een moestuin, een boomgaard en een bosgebied. In deze periode wordt ook een nieuwe buitengracht gegraven en een Bastion aangelegd.
De tuin heeft in 1683 nog een Renaissance ordening. In die tijd zijn er nog geen aangelegde zichtlijnen vanuit het Huys. De familie van Reede laat in1696 ten westen van het Huys een verbindingskanaal tussen binnen en buitengracht ('Grand Canal') graven waardoor het Huys weerspiegelt in het water en er vanuit het Huys een vergezicht ontstaat over de uiterwaarden.

In de 18de eeuw krijgt de tuin een meer Barokke architectuur met symmetrisch aangelegde arabesk-patronen, Buxus broderies en een structuur van paden, die als zichtlijnen fungeren.
Vanaf ongeveer 1790 veranderen de tuinen in de toen populaire Engelse Landschapstijl. Natuurlijke vormgeving krijgt de overhand. De verschillende tuindelen rond het Huys worden vereenvoudigd, de moestuinen tussen de buitengracht en de Drostestraat worden als boomgaarden en bouwland in cultuur genomen en krijgen daardoor een meer natuurlijke uitstraling. Aan de zuidkant ontstaat een landschappelijk parkje met een eenvoudige rondwandeling.

Vanaf het einde van de 19e eeuw laat eigenaar, graaf van Aldenburg Bentinck de tuinen opnieuw inrichten door tuinarchitect Hugo A.C. Poortman, een leerling van de bekende Franse architect Eduard André. Hij vormt een deel van de voormalige moestuinen langs de Drostestraat om in neo-renaissance en neo-barokke siertuinen. Ten zuiden van het Huys creëert hij door middel van een brede grasstrook een vergezicht over de achterliggende Ameronger bovenpolder. De huidige structuur van de kasteeltuin weerspiegelt nog steeds de 19de-eeuwse tuin, van Hugo A.C. Poortman.