Restauratie collectie
Handhaving van het interieur-ensemble van 1930 betekent dat naast de nagelvaste afwerking van de ruimten de losse collectie-onderdelen worden behouden in hun ‘verouderde’ staat. Dat wil zeggen: er wordt naar gestreefd de fysieke toestand van de objecten in het interieur te stabiliseren. De conditie van de objecten kan wel verbeterd worden door actieve conservering en preventieve conserveringsmaatregelen.
Onder preventieve conservering verstaat men ondermeer verbetering van bewaaromstandigheden (binnenklimaat) en voorkoming van versneld verval (bijv. door licht). Bij actief conserveren wordt het object zelf behandeld, zoals bijvoorbeeld het verwijderen van stof en schimmel op objecten. Passieve conservering richt zich meer op de verbetering van de condities van de ruimte waar het object staat. Een voorbeeld hiervan is de verbetering van het klimaat in de museale ruimten.