Stabiel binnenklimaat in een (k)oud huis
Op dit moment is het vrij koud in het 't Huys en volgt het gebouw het winters seizoen zoals het al eeuwen lang doet. Er zijn wel een aantal kleine kacheltjes geplaatst om de temperatuur en vooral de vochtigheid in bedwang te kunnen houden tijdens de restauratie. De collectie verzorgsters lopen dan ook, evenals de mannen van de bouw, in dikke jassen met mutsen en sjaals om voorzover dat mogelijk is. Trouwens hoe koud zou het wel niet geweest zijn voor de bewoners uit de zeventiende en achttiende eeuw? Op de schilderijen zijn sommige bewoners afgebeeld in dikke wollen pakken en dubbele jurken. En het kon toen ook gebeuren, zoals gravin Charlotte Sophie Bentinck overkwam, dat het glaasje water op het nachtkastje bevroor. Uiteraard zullen er toen wel haarden gebrand hebben in de vertrekken. Tenminste als de familie dan op Amerongen was, het huis zal namelijk sporadisch bewoond zijn geweest in de wintermaanden. Men ging in die tijd meer en meer het kasteel als een buitenplaats bewonen tot het eind van de 19de eeuw. 's Winters woonde men vooral in de stad. Vanaf 1879 is met de komst van graaf het huis voor permanente bewoning geschikt gemaakt met extra kachels. Desondanks bleef de kans op vorst in huis aanwezig zelfs tot op de dag van vandaag. Maar gelukkig zal dit binnenkort definitief tot het verleden behoren aangezien het binnenklimaat verbeterd zal worden door toepassing van innovatieve technieken.
Ontvochtigers en bevochtigers
De museale ruimtes zijn niet verwarmd alleen enkele privé
vertrekken en dienstruimen zijn sinds het midden van de vorige eeuw
voorzien van centrale verwarming. Dit betekent dat de bezoekers in
het Huys eigenlijk ervaren hoe het weer buiten is. Zij het met
enige vertraging, omdat de zeer dikke muren verandering in
temperatuur afremmen. Om niet helemaal overgeleverd te zijn aan het
weer en jaargetijden zorgen ontvochtigers en
bevochtigers er voor dat al te
grote schommelingen in enkele vertrekken opgevangen worden en het
binnenklimaat meer stabiel is dan buiten.
Conserveringsverwarming
Toch koelt het gebouw in de loop van de winter zoveel af
dat vooral in het voorjaar en de zomer gevaarlijke situaties kunnen
optreden voor de collectie. Er is meer nodig om een stabiel klimaat
voor de collectie te realiseren. Daarom is door experts een
systeem bedacht dat de stenen kern van het gebouw op temperatuur
houdt. Net zoals de Romeinen dat al toepasten in hun gebouwen
worden de stenen vloeren in het souterrain en in de gangen van de
bel-etage hiervoor gebruikt. Deze indirecte verwarming wordt
gelijktijdig met de noodzakelijke renovatie van de elektra en het
verhelpen van verzakkingen en breukschade aan de plavuizen
uitgevoerd. Deze conserverings-verwarming heeft een beperkt effect
en is geen comfortverwarming. Het zal dus wel koud blijven worden
als het huis in winterslaap is gebracht en de temperatuur daalt,
maar wel gecontroleerd en beheersbaar.
Onderzoek
De innovatie voor het oude gebouw kon worden uitgedacht op
basis van een onderzoek door de afdeling Bouwfysica van de
Technische Universiteit Eindhoven. Aan de hand van metingen kon
masterstudent Maikel Ritmeijer aantonen wat de effecten zijn van
aanvullende verwarming voor de verschillende museale vertrekken. Op
grond hiervan zijn door middels van computersimulaties
verschillende varianten voor klimatiseringsinstallaties onderzocht.
Het bleek met deze oude methode van vloerverwarming de
luchtvochtigheid in de museale vertrekken binnen de gestelde
grenzen blijft.
De eigenlijke verwarming vindt plaats in de kern van het huis en heeft van daaruit een verspreidingseffect naar de verschillende vertrekken. Het voordeel van deze nieuwe installatie is dat geen radiatoren geplaatst hoeven worden waardoor het interieur zo min mogelijk verstoord wordt. De verwarming is primair voor de collectie en niet voor de bezoekers. Dat betekent dat vroegere jassen en mutsen niet tot het verleden zullen behoren.