Studenten van de UVA werken aan de collectie van Amerongen
Een twaalftal schilderijen uit de collectie van Kasteel
Amerongen zijn onlangs verplaatst naar het nieuwe gezamenlijk
atelier van het Rijksmuseum, ICN en de UVA te Amsterdam. De
schilderijen zijn afkomstig uit twee bijzondere portretten
series.
Zeven panelen en één doek met dezelfde afmetingen komen uit de
"Wijts collectie". Deze deelcollectie bestaat uit totaal 24
portreten van familieleden en mede officieren van Jaques Wijts
(1580-1643). Hij was een luitenant kolonel en strateeg in het
staatse leger van prins Maurits. Waarschijnlijk rond 1621 heeft hij
opdracht gegeven om een aantal andere hoge officieren uit dit leger
te vereeuwigen. De portretten zijn grotendeels door Jan van
Ravesteijn of door zijn atelier geschilderd. Een aantal portretten
zijn toegeschreven aan de schilders Michiel Janz. van Mierevelt en
Gerard van Honthorst.
Deze serie is compleet en daarom zeer zeldzaam. Ze hebben
oorspronkelijk in het Haagse stadshuis gehangen en zijn geerfd door
Margretha Turnor die gehuwd was met Godard van Reede. De vier grote
portretten op doek, waarbij de personen ten voeten uit zijn
afgebeeld, zijn onderdeel van de tweede portrettenreeks van
oud-bewoners van kasteel Amerongen, de familie van Reede. De vele
generaties van Reede hebben de reeks met de familieportretten
aangevuld en hangen bij elkaar op de Bovengalerij.
Video Wijtscollectie
Onderzoek en behandeling
Een hoofdzakelijk conserverende behandeling zal worden
uitgevoerd door studenten van de restauratieopleiding van de
Universiteit van Amsterdam. Hierbij dienen de schilderijen ook als
studieobject voor onderzoek naar 17de-eeuwse schildertechniek. De
studenten hebben bijvoorbeeld reconstructies gemaakt van een aantal
panelen. Onder leiding van een docent en onderzoeker
gespecialiseerd in reconstructies van historische schilderijen
hebben ze, elk op een paneel van 30 x 40 cm op ware grootte een
kopie gemaakt van een detail van het schilderij (zie bijgaande
foto's). Deze kopieën worden gemaakt met zelf gefabriceerde
olieverven en gronderingen. De opbouw van de gronderingslagen,
hebben ze onder andere kunnen achterhalen aan de hand van een
miniscuul verfmonstertje dat microscopisch onderzocht is. De
studenten gaan dus aan het werk op een grondlaag die zo veel
mogelijk hetzelfde is als die waarop de kunstenaars geschilderd
hebben. In voorbereiding op de reconstructie van de afbeeldingen
zijn de schilderijen met de infrarood-camera onderzocht.
Doormiddel van de infrarood reflectografie is het mogelijk om de
eventuele ondertekening van het schilderij door de verflagen heen
te zien.
De schilderijen worden nader onderzocht en gedocumenteerd door de
studenten alvorens met de behandeling wordt gestart. De
studenten worden begeleid door vaste docenten en restauratoren maar
hebben wel ieder hun eigen object. Thans worden de panelen
uitgelijst en schoongemaakt. Na het vooronderzoek en het
vaststellen van de conditie van de schilderijen wordt een
behandelingsvoorstel gemaakt en zal in overleg met de conservator
de verdere conservering of restauratie worden vastgesteld.