Voorvaderen bouwden in één jaar het casco op

30 juni 2008 door Jos Snoek, Van Hoogevest Architecten

Na de verwoesting van het voormalige kasteel in 1673, is de herbouw van het huidige Huis vermoedelijk in het voorjaar van 1675 gestart met het ruimen van puin en het uitbreiden van de funderingen. Tijdens de herbouw van het Huis heeft de vrouwe van Amerongen, Margaretha Turnor, nauwgezet en met strakke hand toezicht gehouden op het verloop van de bouwwerkzaamheden. Omdat de voortgang van de bouw rond 1676 in grote mate afhankelijk was van de weersinvloeden, was het van groot belang om het Huis zo snel mogelijk ´onder de kap te hebben´. Zo werd er in het winterseizoen vanwege de lage temperatuur niet gemetseld, waardoor de bouw stagneerde.

In één jaar gereed
Het was voor Margaretha Turnor dan ook een opgave om ervoor te zorgen dat de kapconstructie gereed kwam zodat die winter ook binnen in het Huis, onder droge omstandigheden kon worden doorgewerkt. Het resultaat was dat de gemetselde buitengevels, de dragende binnenmuren en de kap in één jaar gereed waren.      

Anno 2006: scheuren
Ruim 300 jaar na de bouw van het Huis, is het constructief herstel van gewelven, muren, balklagen etc. aangevangen. Met name in het metselwerk in het souterrain en op de Bel-etage waren veel scheuren zichtbaar waarvan het herstel noodzakelijk was. Omdat het Huis op de restanten van het voormalige kasteel herbouwd was, leek de scheurvorming aanvankelijk veroorzaakt te worden door zetting van de verschillende funderingen. Tijdens de restauratiewerkzaamheden werd echter duidelijk dat dit niet in eerste instantie de veroorzaker was van o.a. de scheurvorming.

Gecorrodeerde smeedijzeren ankers
In de gemetselde gewelfbogen, die deel uitmaken van de vloerconstructies op de Bel-etage en de eerste verdieping, werd een stelsel van smeedijzeren ankers aangetroffen die plaatselijk sterk gecorrodeerd (geroest) waren. Door de corrosie is het smeedijzer gaan uitzetten waardoor het metselwerk van de gewelfbogen en muren uit elkaar is gedrukt, met scheurvorming als gevolg.

'IJsere anckers' in Huis onvermeld
Naast de ankers in de gewelven is in het Huis nog veel meer ijzer toegepast, waaronder kozijn- en balk-ankers, waarbij zich telkens dezelfde problematiek voordoet. In de brieven van Margaretha Turnor en de bewaard gebleven materiaalafschriften wordt echter geen melding gemaakt van het gebruik van ankers in het Huis. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Stalgebouw en de Paviljoens, waar in het bestek uit 1680 gesproken wordt over ´ijsere anckers´. Waar en waarom dit ijzerwerk in het metselwerk is opgenomen wordt in dit bestek niet nader omschreven.

Korte bouwtijd
Uit de correspondentie blijkt dat de gewelven van het Huis pas in 1677 geslagen zijn, het jaar nadat de kap al gereed was. Omdat de buitengevels en de dragende binnenmuren toen al gemetseld waren en de ijzeren ankers daarin opgenomen zijn, kan worden geconcludeerd dat de functie van de ankers gezien moet worden in het licht van de betrekkelijk korte bouwtijd van het casco van het Huis.

Topprestatie
De langzaam verhardende kalkspecie waarmee gemetseld werd, was een beperkende factor in de voortgang van de bouw. Door de buiten- en binnenmuren middels ijzeren ankerstaven aan elkaar te koppelen, kreeg het metselwerk tijdens de bouw voldoende stabiliteit. Hierdoor was het mogelijk om het casco in één jaar op te bouwen. Onze voorvaderen leverden hiermee een prestatie van formaat.

Gevolgen van corrosie
De bouwers hebben echter de gevolgen van het ijzer in de metselwerkconstructies niet kunnen overzien. Het toegepaste zeventiende-eeuwse smeedijzer was bros en slecht van kwaliteit, waardoor in een vochtige omgeving (met name bij de buitengevels) corrosie optreedt, met alle gevolgen van dien. Het doorgaande corrosieproces zorgt op den duur voor steeds meer schade aan het omliggende metselwerk, zodat het ijzer tijdens de restauratie noodzakelijkerwijs behandeld of moest worden verwijderd. Vele ankerstaven werden bij de restauratie gebroken aangetroffen, waardoor de oorspronkelijk bedoelde stabiliteitsfunctie verloren was gegaan.

Behandeling van ankers
Tijdens de restauratie is zo veel mogelijk historisch materiaal intact gehouden. Op de plaatsen waar het mogelijk was de ankers te handhaven is het ijzer eerst ontroest, waarna een twee-componenten primer is aangebracht. Vervolgens is de ankerstaaf zogenaamd ´vetband´ gewikkeld, zodat enerzijds het vochttransport wordt tegengegaan en het band anderzijds mogelijke uitzetting door corrosie in de toekomst op kan vangen. Waar de ankers dermate sterk aangetast of gebroken waren en in de toekomst nieuwe schade aan het metselwerk kon ontstaan, zijn de ankers verwijderd.

Meer geheimen?
Nu de ankers behandeld zijn, worden de vloeren weer teruggelegd, de scheuren aangeheeld en het geheel in oorspronkelijke staat teruggebracht. Na ruim 300 jaar heeft het Huis zijn geheimen prijs gegeven. Wat nog meer geheim voor ons is, zal misschien tijdens de restauratie blijken...   


IJsere anckers
Het ís zoals het was. En dat ging niet vanzelf.