Voorvaderen bouwden in één jaar het casco op
Na de verwoesting van het voormalige kasteel in 1673, is de herbouw van het huidige Huis vermoedelijk in het voorjaar van 1675 gestart met het ruimen van puin en het uitbreiden van de funderingen. Tijdens de herbouw van het Huis heeft de vrouwe van Amerongen, Margaretha Turnor, nauwgezet en met strakke hand toezicht gehouden op het verloop van de bouwwerkzaamheden. Omdat de voortgang van de bouw rond 1676 in grote mate afhankelijk was van de weersinvloeden, was het van groot belang om het Huis zo snel mogelijk ´onder de kap te hebben´. Zo werd er in het winterseizoen vanwege de lage temperatuur niet gemetseld, waardoor de bouw stagneerde.
In één jaar gereed
Het was voor Margaretha Turnor dan ook een opgave om
ervoor te zorgen dat de kapconstructie gereed kwam zodat die winter
ook binnen in het Huis, onder droge omstandigheden kon worden
doorgewerkt. Het resultaat was dat de gemetselde buitengevels, de
dragende binnenmuren en de kap in één jaar gereed
waren.
Anno 2006: scheuren
Ruim 300 jaar na de bouw van het Huis, is het constructief
herstel van gewelven, muren, balklagen etc. aangevangen. Met name
in het metselwerk in het souterrain en op de Bel-etage waren veel
scheuren zichtbaar waarvan het herstel noodzakelijk was. Omdat het
Huis op de restanten van het voormalige kasteel herbouwd was, leek
de scheurvorming aanvankelijk veroorzaakt te worden door zetting
van de verschillende funderingen. Tijdens de
restauratiewerkzaamheden werd echter duidelijk dat dit niet in
eerste instantie de veroorzaker was van o.a. de scheurvorming.
Gecorrodeerde smeedijzeren ankers
In de gemetselde gewelfbogen, die deel uitmaken van de
vloerconstructies op de Bel-etage en de eerste verdieping, werd een
stelsel van smeedijzeren ankers aangetroffen die plaatselijk sterk
gecorrodeerd (geroest) waren. Door de corrosie is het smeedijzer
gaan uitzetten waardoor het metselwerk van de gewelfbogen en muren
uit elkaar is gedrukt, met scheurvorming als gevolg.
'IJsere anckers' in Huis onvermeld
Naast de ankers in de gewelven is in het Huis nog veel
meer ijzer toegepast, waaronder kozijn- en balk-ankers, waarbij
zich telkens dezelfde problematiek voordoet. In de brieven van
Margaretha Turnor en de bewaard gebleven
materiaalafschriften wordt echter geen melding gemaakt van het
gebruik van ankers in het Huis. Dit in tegenstelling tot
bijvoorbeeld het Stalgebouw en de Paviljoens, waar in het bestek
uit 1680 gesproken wordt over ´ijsere anckers´. Waar en
waarom dit ijzerwerk in het metselwerk is opgenomen wordt in dit
bestek niet nader omschreven.
Korte bouwtijd
Uit de correspondentie blijkt dat de gewelven van het Huis
pas in 1677 geslagen zijn, het jaar nadat de kap al gereed was.
Omdat de buitengevels en de dragende binnenmuren toen al gemetseld
waren en de ijzeren ankers daarin opgenomen zijn, kan worden
geconcludeerd dat de functie van de ankers gezien moet worden in
het licht van de betrekkelijk korte bouwtijd van het casco van het
Huis.
Topprestatie
De langzaam verhardende kalkspecie waarmee gemetseld werd,
was een beperkende factor in de voortgang van de bouw. Door de
buiten- en binnenmuren middels ijzeren ankerstaven aan elkaar te
koppelen, kreeg het metselwerk tijdens de bouw voldoende
stabiliteit. Hierdoor was het mogelijk om het casco in één jaar op
te bouwen. Onze voorvaderen leverden hiermee een prestatie van
formaat.
Gevolgen van corrosie
De bouwers hebben echter de gevolgen van het ijzer in de
metselwerkconstructies niet kunnen overzien. Het toegepaste
zeventiende-eeuwse smeedijzer was bros en slecht van kwaliteit,
waardoor in een vochtige omgeving (met name bij de buitengevels)
corrosie optreedt, met alle gevolgen van dien. Het doorgaande
corrosieproces
zorgt op den duur voor steeds meer schade aan het omliggende
metselwerk, zodat het ijzer tijdens de restauratie
noodzakelijkerwijs behandeld of moest worden verwijderd. Vele
ankerstaven werden bij de restauratie gebroken aangetroffen,
waardoor de oorspronkelijk bedoelde stabiliteitsfunctie verloren
was gegaan.
Behandeling van ankers
Tijdens de restauratie is zo veel mogelijk historisch
materiaal intact gehouden. Op de plaatsen waar het mogelijk was de
ankers te handhaven is het ijzer eerst ontroest, waarna een
twee-componenten primer is aangebracht. Vervolgens is de ankerstaaf
zogenaamd ´vetband´
gewikkeld, zodat enerzijds het vochttransport wordt
tegengegaan en het band anderzijds mogelijke uitzetting door
corrosie in de toekomst op kan vangen. Waar de ankers dermate sterk
aangetast of gebroken waren en in de toekomst nieuwe schade aan het
metselwerk kon ontstaan, zijn de ankers verwijderd.
Meer geheimen?
Nu de ankers behandeld zijn, worden de vloeren weer
teruggelegd, de scheuren aangeheeld en het geheel in
oorspronkelijke staat teruggebracht. Na ruim 300 jaar heeft het
Huis zijn geheimen prijs gegeven. Wat nog meer geheim voor ons is,
zal misschien tijdens de restauratie
blijken...