De conservering van het stucplafond uit de Grote Zaal

9 juli 2010 door Rianne de Beer

De Grote Zaal in Kasteel Amerongen is sinds de herbouw eind zeventiende eeuw een van de pronkruimtes van het Huys. De enorme vloerdelen en de twee imposante haardpartijen geven het vertrek al allure, maar het plafond is als het toefje op de taart. Net als in de rest van het Huys heeft de tijd zijn sporen ook op het plafond achtergelaten. Hoewel het niet de bedoeling is om deze sporen uit te wissen, is het wel noodzakelijk dat het stucwerk net als het plafondstuk op doek wordt aangepakt.

Het stucplafond uit de Grote Zaal is uitgevoerd in hoog reliëf. De rijke ornamentuur met kransen, guirlandes en schelpmotieven is origineel en is vervaardigd aan het einde van de zeventiende of begin van de achttiende eeuw. In de hoeken bevinden zich vier blinde cartouches omrand met Acanthusbladeren. Op de randen zijn adelaars neergestreken. Het plafondschilderstuk Aurora ligt verdiept in het verhoogde rechthoekige middenveld. Bernard Delmotte, restaurator van muurschilderingen en stucwerk, heeft de taak op zich genomen om het plafond weer te herstellen

Het plafond is vervaardigd op een traditionele manier; aan de kalk/ zand mortel zijn dierlijke haren toegevoegd die de mortel een wapening geeft, daarnaast verstevigd de proteïne uit de haren het stuc. Uit een laboratoriumanalyse moet nog blijken of er nog toevoegingen van gips in de mortel zijn te vinden. Dat zou waarschijnlijk zijn, gezien de veelvuldige toepassing hiervan sinds de Romeinse tijd. De laboratoriumanalyse kan ook meer zekerheid geven over de datering van het stucplafond, hierover bestaat namelijk enige twijfel. Het plafondstuk dateert uit 1726 maar volgens deskundigen zou het stucplafond dan te ouderwets zijn voor die tijd. Delmotte is hier echter niet zeker van. Volgens hem is aannemelijk dat het stucplafond aan het begin van de achttiende eeuw vervaardigd is. Het is namelijk van zeer hoge kwaliteit. Nederlandse ambachtlieden waren niet zo gekwalificeerd als bijvoorbeeld Italiaanse stukadoors, die zich vanaf het einde van de zeventiende eeuw overigens over Europa verspreidden. Ook valt het plafond met vrijwel geen enkel ander voorbeeld in Nederland uit de vroege tijd te vergelijken. Alleen kasteel Slangenburg wordt genoemd, maar de overeenkomsten zijn beperkt. 

Uit de analyse van de mortel zou ook kunnen blijken of er ijzeroxiden of silicaten aan de mortel zijn toegevoegd. Als dat zo is, kan dit een aanwijzing zijn voor Italiaanse invloeden op de makers. Italianen staan er om bekend al sinds de Klassieke Oudheid Pozzuoli aarde (vulkanische as) of gemalen baksteen of dakpannen aan hun mortels toe te voegen. Kalk met deze toevoegingen wordt hydraulische kalk genoemd en  verhardt voor een deel met water en voor een deel aan de lucht. Het uithardingsproces verloopt sneller dan bij 'gewone' luchtdrogende kalk/ zandmortel.  Echt hydraulische kalk, ook wel waterkalk genoemd, lijkt erg op modern cement. De Romeinen bouwden er hun waterwerken mee. Ook werd waterkalk veel gebruikt bij de bouw vankademuren, bruggen en keldermuren.

Soms wordt een mortel ook samengesteld met gips. Gips bestaat uit calciumsulfaat en is harder dan kalk. Kant-en-klare stucornamenten zijn vaak afgietsels van gips. In Frankrijk nam het gebruik van gips als morteltoevoeging toe na de Franse Revolutie (1789). Voorheen was een stucplafond voorbehouden aan de echt welgestelden zoals de adel en de geestelijkheid. Na de revolutie werd de burgerij welvarend en kon deze zich luxe interieurs veroorloven. De vraag was groter dan het aanbod en een snellere manier van stuccen was nodig om hier op in te spelen. Met gips en cement kon men veel sneller bouwen. Het resultaat was vaak echter minder duurzaam dan met kalk, vanwege de grotere vochtgevoeligheid en kans op schade. Wanneer men dus gips aantreft in het stucwerk kan dat een aanwijzing zijn voor de datering van het stuc; na 1789.

wordt vervolgd

 

 

herstel stucplafond grote zaal
deel I
Kasteel Amerongen