Een ontdekking in de Bovengalerij
Het is even wennen: een kale Galerij. In april en mei is gehele Galerij ontdaan van haar collectie. De vele kisten, spiegels en tafels zijn verspreid over de overige ruimtes op de eerste verdieping en de familieportretten zijn van de muren gehaald. Op de verplaatsingen kom ik in een later weblogartikel terug.
De keizer beschermd
De collectie is verplaatst, omdat de aannemer met het herstel van
de houten kappen en het gewelf is begonnen. Ter bescherming van de
werkzaamheden zijn de vloeren en de balustrade bekleed of omtimmerd
met houten platen. Zelfs het borstbeeld van de keizer is gehuld in
een prachtige houten bekisting. De grote lantaarn is door een team
van medewerkers en UVA studenten voorzichtig vanaf de zolder naar
beneden getakeld.
Verrassing
Het leuke van zo'n opruiming is dat er nieuwe hoeken van de Galerij
aandacht krijgen. Nu alle schilderijen van de muren zijn gehaald
springt het beschilderde gewelf meer dan ooit in het oog. Daarom is
ook juist op dit moment een ontdekking gedaan! Tijdens de
voorbereiding van werkzaamheden aan het gewelf is er op één van de
beschilderde houten delen de naam J. Lücker samen met het jaartal
1904 ontdekt.
Aankomend onderzoek
Een aantal jaar geleden troffen we al tijdens een onderzoek de naam
van A. Helmich en het jaartal 1894 op het fries in de zuidwest hoek
aan. Helmich bleek een hout- en marmerschilder te zijn uit
Roermond. De kans is groot dat het ditmaal gaat om Joseph Johan
Lücker. Deze schilder was samen met zijn zoon in dienst van het
atelier van architect dr. P.J.Cuypers. Met de laatste heeft hij
onder andere ook samengewerkt aan de Sint-Servaas te Maastricht. Na
het aankomende onderzoek van het gewelf meer over de
beschilderingen en de heer Lücker.