Het Bätz-orgel veilig voor stof van bouwwerkzaamheden
In 1780 kreeg de Utrechtse orgelbouwer Gideon Thomas Bätz van familie Van Reede de opdracht voor het vervaardigen van een kabinetorgel. Het heeft uiteindelijk tot 1815 geduurd voordat het instrument op Amerongen is terechtgekomen. Sindsdien staat het orgel op de Bovengalerij. Totdat het in verband met de restauratie onlangs werd verplaatst om beschadiging van het orgel te voorkomen. Tijdens de restauratiewerkzaamheden komt er namelijk zoveel stof vrij dat het orgel beschadigd zou kunnen worden.
Originele staat
De verplaatsing had uiteraard wat voeten in de aarde. Voordat het
orgel werd gedemonteerd, heeft Rudi van Straten, de orgelspecialist
van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en
Monumenten, het instrument uitgebreid bekeken. Hij was zeer te
spreken over de originele staat van het orgel en de originele
pompaandrijving door middel van een blaasbalg van schapenleer. In
Nederland zijn de pompaandrijvingen in kabinetorgels vervangen door
gemotoriseerde aandrijving.
Demontage en opslag
Om de verplaatsing mogelijk te maken, is groot gedeelte van het
instrument gedemonteerd. Alleen het onderste gedeelte, de
klankenkast, kon intact blijven. Deze is dan ook met zes man sterk
onder commando over de trap naar beneden getild. De demontage is
uitgevoerd door Elbertse Orgelbouwers uit Soest. De komende
tijd wordt het orgel ook in het atelier van Elbertse opgeslagen.
Verschillende restauratoren worden benaderd voor het opstellen van
een restauratieplan.
1 juli 2007
De bestelling van het kabinetorgel
Een Bätz-orgel was geliefd in adellijke inventarissen
1 juni 2007
Componeren op een Erard
Beroemde componisten componeerden op een Erard
1 juni 2007
Hoe belandde de Erard op het Kasteel?
Julie was een uitzonderlijk muzikaal talent